Privacywetgeving

Recht op rectificatie (artikel 16 AVG): zo werkt het

Het recht op rectificatie (artikel 16 AVG): onjuiste gegevens corrigeren, onvolledige gegevens aanvullen en de plicht om ontvangers te informeren.

Also available in:English·Français

Het recht op rectificatie geeft iedereen het recht om onjuiste persoonsgegevens te laten corrigeren en onvolledige gegevens te laten aanvullen. Dit recht uit artikel 16 AVG verplicht een organisatie om onjuiste gegevens zonder onredelijke vertraging te verbeteren, in de praktijk binnen één maand. Het gaat verder dan corrigeren alleen: waar gegevens onvolledig zijn, mag de betrokkene een aanvullende verklaring laten opnemen. En de organisatie moet iedereen aan wie zij de onjuiste gegevens heeft verstrekt, van de correctie op de hoogte stellen. Rectificatie is daarmee een van de meest praktische, en meest onderschatte, rechten van betrokkenen.

Kernpunten

  • Artikel 16 AVG geeft recht op correctie van onjuiste gegevens én op aanvulling van onvolledige gegevens.
  • De organisatie moet zonder onredelijke vertraging handelen, in de praktijk binnen één maand (art. 12 lid 3).
  • Op grond van artikel 19 AVG moet u ontvangers van de gegevens informeren over de correctie, tenzij dat onmogelijk of onevenredig is.
  • Rectificatie betreft feitelijke onjuistheden; een meningsverschil over een beoordeling valt er niet zonder meer onder.

Wat het recht op rectificatie precies inhoudt

Artikel 16 kent twee onderdelen die vaak worden verward.

Correctie van onjuiste gegevens. Kloppen de gegevens feitelijk niet — een verkeerd geboortejaar, een verouderd adres, een foutief geschreven naam — dan heeft de betrokkene het recht dat u ze verbetert. Het gaat om objectieve, verifieerbare onjuistheden.

Aanvulling van onvolledige gegevens. Zijn de gegevens op zichzelf juist maar onvolledig, en leidt die onvolledigheid tot een verkeerd beeld, dan mag de betrokkene een aanvullende verklaring laten opnemen. Dit is subtieler dan correctie: de organisatie hoeft de bestaande gegevens niet te wissen, maar moet de context toevoegen die de betrokkene aandraagt.

Het recht kent grenzen. Rectificatie ziet op feiten, niet op oordelen. Een betrokkene kan een onjuiste geboortedatum laten corrigeren, maar niet zonder meer een negatieve beoordeling of een professionele diagnose laten wijzigen enkel omdat hij het er niet mee eens is — al kan hij daar wel een aanvullende zienswijze aan laten toevoegen. Het onderscheid tussen een feitelijke onjuistheid en een meningsverschil is in de praktijk de kern van veel rectificatiegeschillen.

De termijn en de procedure

Net als de andere rechten van betrokkenen kent rectificatie een termijn van één maand na ontvangst van het verzoek (art. 12 lid 3 AVG). Bij complexe verzoeken mag u met twee maanden verlengen, mits u de betrokkene binnen de eerste maand informeert. Handelen “zonder onredelijke vertraging” betekent dat u niet mag wachten: zodra de onjuistheid vaststaat, corrigeert u.

De procedure is te koppelen aan uw bestaande proces voor het inzagerecht, want vaak volgt een rectificatieverzoek op een inzageverzoek — de betrokkene ziet zijn gegevens en constateert een fout. Een organisatie die beide processen gescheiden inricht, mist die logische samenhang.

De informatieplicht van artikel 19

Dit onderdeel wordt het vaakst vergeten. Op grond van artikel 19 AVG moet u iedere ontvanger aan wie u de onjuiste gegevens hebt verstrekt, informeren over de correctie — tenzij dat onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt. Heeft u de gegevens gedeeld met een verwerker, een partnerorganisatie of een andere afdeling, dan reikt de rectificatie dus verder dan uw eigen systeem. De betrokkene heeft bovendien het recht te vernemen aan welke ontvangers de correctie is doorgegeven.

Deze plicht maakt duidelijk waarom een actueel verwerkingsregister onmisbaar is: alleen als u weet aan wie u welke gegevens hebt verstrekt, kunt u die ontvangers ook informeren. Zonder dat overzicht is de informatieplicht van artikel 19 in de praktijk niet uitvoerbaar.

Rectificatie in de Nederlandse praktijk

De Autoriteit Persoonsgegevens ontvangt hierover geregeld klachten; twee terreinen zijn in Nederland terugkerende slagvelden voor rectificatie.

BKR-registraties. Kredietregistraties bij het Bureau Krediet Registratie zijn een klassiek voorbeeld: een onterechte of achterhaalde achterstandscodering kan iemand jarenlang uitsluiten van een hypotheek. Betrokkenen roepen dan het recht op rectificatie in om een onjuiste registratie te laten corrigeren of verwijderen. De rechtspraak weegt daarbij het belang van een correcte registratie af tegen het belang van de betrokkene bij toegang tot krediet.

Gemeentelijke basisregistratie. In de Basisregistratie Personen (BRP) leiden onjuiste gegevens — een verkeerde adreshistorie, een onjuiste naam of nationaliteit — regelmatig tot problemen met toeslagen, uitkeringen of officiële documenten. Correctie in de BRP kent eigen procedures, maar het onderliggende recht op juiste gegevens sluit aan bij de AVG-beginselen van juistheid.

In beide gevallen geldt: een correctie in het bronsysteem alleen is niet genoeg als de onjuiste gegevens al zijn verspreid. De informatieplicht van artikel 19 en, waar nodig, een melding aan de AP wanneer de onjuistheid tot risico’s heeft geleid, horen bij een zorgvuldige afhandeling.

Wat deze twee voorbeelden gemeen hebben, is dat de schade zit in de verspreiding. Een onjuist gegeven dat alleen in uw eigen systeem staat, is hinderlijk maar beheersbaar; een onjuist gegeven dat is doorgegeven aan kredietverstrekkers, uitkeringsinstanties of andere overheden, gaat een eigen leven leiden. Daarom is het beginsel van juistheid uit artikel 5 een van de kernbeginselen van de AVG: organisaties moeten “alle redelijke maatregelen” nemen om onjuiste gegevens te wissen of te rectificeren. Dat is geen passieve plicht die pas ontstaat na een verzoek — het is een doorlopende verantwoordelijkheid om de juistheid van gegevens actief te bewaken, zeker wanneer die gegevens beslissingen over mensen sturen. Rectificatie is in die zin het sluitstuk van een breder juistheidsbeginsel, en het recht dat betrokkenen inroepen wanneer dat beginsel in de praktijk faalt. Het recht op dataportabiliteit en het inzagerecht vormen samen met rectificatie de instrumenten waarmee betrokkenen grip houden op hun eigen gegevens.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen rectificatie en verwijdering?

Rectificatie (art. 16) corrigeert of vult onjuiste of onvolledige gegevens aan; de gegevens blijven bestaan, maar kloppen daarna. Verwijdering (art. 17, het recht op vergetelheid) wist de gegevens volledig. Een betrokkene kiest rectificatie als de gegevens fout zijn maar wel bewaard moeten blijven, en verwijdering als de verwerking als geheel onrechtmatig of overbodig is.

Binnen welke termijn moet ik een rectificatieverzoek afhandelen?

Zonder onredelijke vertraging, in de praktijk binnen één maand na ontvangst (art. 12 lid 3 AVG). Bij een complex verzoek mag u met twee maanden verlengen, mits u de betrokkene daarover binnen de eerste maand informeert. Zodra een onjuistheid vaststaat, moet u de correctie zo snel mogelijk doorvoeren.

Moet ik andere organisaties informeren over een correctie?

Ja, op grond van artikel 19 AVG. Hebt u de onjuiste gegevens verstrekt aan ontvangers — verwerkers, partners, andere afdelingen — dan moet u hen over de correctie informeren, tenzij dat onmogelijk is of een onevenredige inspanning vergt. De betrokkene mag bovendien vragen aan welke ontvangers de correctie is doorgegeven.

Kan ik een negatieve beoordeling laten corrigeren via rectificatie?

Niet zonder meer. Rectificatie betreft feitelijke onjuistheden, geen meningsverschillen over een oordeel of beoordeling. Een aantoonbaar foute datum of naam corrigeert u; een subjectieve beoordeling waarmee de betrokkene het oneens is, valt er niet onder — al kan hij daarbij wel een aanvullende zienswijze laten opnemen.

Conclusie

Het recht op rectificatie is praktisch en veelvoorkomend: het verplicht organisaties om onjuiste gegevens zonder onredelijke vertraging te corrigeren en onvolledige gegevens aan te vullen, doorgaans binnen één maand. De vaak vergeten kern zit in artikel 19 — de plicht om ontvangers van de gegevens over de correctie te informeren, wat alleen kan met een actueel register. In de Nederlandse praktijk, van BKR-registraties tot de basisregistratie, laat rectificatie zien hoe zwaar een onjuist gegeven kan wegen. Wie het recht correct afhandelt, koppelt het aan het inzageproces, bewaakt de termijn en sluit de keten met de informatieplicht — zo blijft een correctie geen halve maatregel.

Zie ook: een voorbeeldbrief voor een inzageverzoek.

Automate your GDPR compliance

Save 340+ hours per year on compliance work. Legiscope provides AI-powered GDPR management trusted by compliance professionals.

Discover Legiscope
TD
Written by
Fondateur de Legiscope et expert RGPD

Docteur en droit de l'Université Panthéon-Assas (Paris II), 23 ans d'expérience en droit du numérique et conformité RGPD. Ancien conseiller de l'administration du Premier ministre sur la mise en œuvre du RGPD. Thiébaut est le fondateur de Legiscope, plateforme de conformité RGPD automatisée par l'IA.

View full author profile →